Wednesday, 10 September 2008

Harambee Stars rules!


Het cliché dat Afrika helemaal gek is van voetbal, klopt in ieder geval voor Kenya. Vooral de Engelse Premier League wordt hier op de voet gevolgd. Maar als Kenya aantreedt voor een interland, dan domineren de Harambee Stars dagenlang de media en de gesprekken. Kenya speelt een thuiswedstrijd tegen Namibië, in de kwalificatie voor de Africa Cup en voor het wereldkampioenschap in 2010 – het eerste WK dat op Afrikaanse bodem gaat plaatsvinden. Dat geeft een extra dimensie aan de interland. In tegenstelling tot eerdere voorrondes, waarin Kenya al in een vroeg stadium in kansloze positie was, maken de Stars nog altijd kans op het felbegeerde ticket naar Zuid-Afrika.

De hype voor de interland wordt zorgvuldig opgeklopt. Een paar dagen voor de wedstrijd zijn volgens de geruchten bijna alle kaartjes uitverkocht. Een marketingtruc uit het boekje, want het veroorzaakt een onmiddellijke run op de tickets. Ook ik word plotseling overvallen door voetbalkoorts. Een paar uur later heb ik de kaartjes in mijn hand: VIP tickets, à raison van 500 shilling (grofweg zo’n 5 euro). Gewone kaartjes kosten 200 shilling, voor veel Kenyanen nog altijd een enorm hoog bedrag.

Om de hype compleet te maken, komt op de wedstrijddag het jubelende bericht dat de interland helemaal is uitverkocht. Al is ook dat, zoals bijna alles in Kenya, een relatief begrip. Het Kasarani stadion heeft een capaciteit van 60.000 plekken. Er zijn zo’n 45.000 kaartjes in omloop gebracht. Uiteindelijk tellen sommige media slechts 30.000 voetbalfans. Dat verklaart de vele lege plekken in het ‘uitverkochte’ stadion - niet toevallig daar waar de zon gul schijnt.

Het Kenyaanse Studio Sport

De route naar het stadion is één vlaggenparade. Uit de ramen van elke auto, bus of matatu met voetbalfans wappert op zijn minst iets dat op een vlag lijkt. Voor diegenen die dit noodzakelijke attribuut missen, zijn daar de altijd inventieve straatverkopers. Daar waar zij opduiken, weet je dat je het stadion nadert. Vlaggen in alle soorten en maten, van bandana’s tot grotere lappen textiel tot vlaggetjes voor op het dashboard.

De straatverkopers bevinden zich op een uiterst strategische plek, precies op het punt waar het ongedisciplineerde verkeer van Nairobi tot een chaotische stilstand komt. Dit keer geen scheldpartijen of andere ergernis, voetbal verbroedert blijkbaar ook het verkeer. De chauffeur van een matatu die naast ons voortkruipt, werpt een blik op mijn uitmonstering: bandana, kleding en armbandjes in de kleuren van de Keniaanse vlag. Hij begint ongelovig te glimlachen: “Harambee Stars?” vraag hij. Op mijn bevestiging breekt een stralende lach door.

VIP ticket of niet, met de auto arriveren geeft je een bevoorrechte positie. Volop parkeerruimte en een entree zonder rijen. Dat is aan de andere kant van het stadion wel anders, waar iedereen te voet (al dan niet vanuit de bus of matatu) heen wordt geleid. Dikke rijen van dik een uur, gedrang en kleine opstootjes. De beveiliging vertraagt de soepele binnenkomst van duizenden fans, tot hun grote frustratie. Met dank aan de General Service Unit (GSU), een speciale eenheid van de politie, ook wel GS-Useless genoemd. Overigens bestaat de beveiliging slechts uit het scannen van de kaartjes, om valse tickets te ondervangen. Geen tascontrole of body search.

Het Kenyaanse volkslied

Zo vlak voor het stadion verandert het karakter van de merchandise. Even lijkt het of we in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn beland. Het is Obama all over, de presidentskandidaat met Keniaanse roots, nu al de held van heel Afrika. Met als meest originele uitwas het O3 T-shirt: de O van Obama, Odinga (Raila, de premier van Kenya) en Oliech- de spits en uitblinker van het Kenyaanse team, al moet hij deze interland wegens schorsing aan zich voorbij laten gaan.

In het stadion zelf zijn maar twee rangen – VIP of normaal. Een ring van gele kuipstoeltjes voor de bezitters van een duur kaartje, houten banken voor de gewone bezoeker. Dat de VIP secties overdekt zijn, is niet alleen prettig met het oog op de uitbundig schijnende zon. Sommige voetbalfans hebben de gewoonte om bij elk hoogtepunt met hun flesje te gaan zwaaien – met de dop eraf. Een cola-douche is een wel erg plakkerig souvenir van de wedstijd.

Heel toepasselijk onder nummer 1: de VIP-loge, met ergens in het midden Raila

En dan is daar natuurlijk de loge voor de echte VIPs – bobo’s en andere hoogwaardigheidsbekleders. Held van de loge maar vooral van het veld is Raila, de premier van Kenya. Als hij met zijn helicopter arriveert stijgt een luid geluich van de tribunes op en worden alle vlaggen richting de chopper gezwaaid. Als Raila zijn opwachting op het veld maakt voor de ceremonie rond de volksliederen, worden zonder overdrijven de meeste decibellen van de dag geproduceerd.

Warming-up

De fans zijn dan al urenlang warm gemaakt door verschillende zelfverklaarde mascotttes in kleurrijke uitdossing – waarvan Spiderman de meest bekende is. Een uur voor de wedstrijd zet een DJ de muziek aan. Door het stadion schalt de karakteristieke stem van Tony Nyadundo, een bekende Luo-zanger die Raila’s campagne vorig jaar muzikaal omlijste. Het publiek reageert enthousiast, ook de vele voetbalfans die niet tot de Luo-stam behoren. De tribune transformeert in een deinende massa en de wave wordt ingezet.

Masai mascottes

Het feest lijkt compleet. Behalve dat er nog wel even een interland gespeeld moet worden.
De Harambee Stars beginnen voortvarend en zetten Namibië vanaf het begin aardig onder druk. De Namibiërs spelen veel lichamelijker, wat het Kenyaanse team vlak voor rust een penalty oplevert. Een strafschop die nog uitbundiger wordt gevierd dan de verzilvering ervan.

De tweede helft is abominabel slecht. Namibië kan geen vuist terug maken, Kenya weet alleen slap te verdedigen door veel ‘tikkies terug’. Tactisch gezien valt er nog veel te verbeteren. De Harambee Stars kennen maar één corner-variant, waarin twee spelers elkaar op korte afstand aanspelen. Van dreiging op het doel is totaal geen sprake. Ook de vrije trappen die Kenya krijgt zijn in hun uitvoering weinig creatief – óf een kort één-tweetje, waarbij de ontvangende speler steeds verrast lijkt dat hij de bal krijgt aangespeeld – óf een schijnbeweging van twee spelers, waarbij de eerste speler tegen alle verwachting in de bal toch niet neemt. Alleen zit er zoveel tijd tussen nummer één en twee, dat deze afleidingsmanoeuvre het tegenovergestelde effect heeft.

Maar goed, het resultaat telt. De 1-0 wordt vastgehouden. En Kenya weet zich ineens in de luxe positie van groepsleider. Met nog één wedstrijd te gaan lijkt het bereiken van de tweede fase van de voorrondes gegarandeerd.

Het teleurstellende spel doet de tribunes verstommen. Afdruipen is misschien een iets te overdreven omschrijving, maar het publiek is opvallend rustig op weg naar de uitgang. Alleen de fans die overvloedig alcohol hebben gebruikt, maken er nog een klein feestje van. Voor diegenen die op zoek zijn naar een andere held nu de voetballers hun status niet hebben waargemaakt, gloort er hoop. De Obama-merchandise is bij de poorten van het stadion nog altijd volop te koop.

Trieste uitslag van dezelfde wedstrijd: een 17-jarig meisje heeft in Kibera haar voetbalminnende stiefvader doodgestoken, omdat hij weigerde de afstandsbediening van de tv af te staan vóór het einde van de interland. Dat zij daardoor haar favoriete serie op een ander kanaal miste, werd hem fataal.

PS: Helaas kan ik me tijdelijk niet verder in het Kenyaanse leven verdiepen. Ik duik even onder in die andere beruchte Afrikaanse stad, Johannesburg. Zodat ik over een dikke week met een vers visum weer welkom in Nairobi ben.

Thursday, 4 September 2008

De Nairobi Water Loterij

Watertanks op het dak van een gebouw in Ongata Rongai

Hakuna maji? Hakuna maji! Geen water... de dagelijkse begroeting die ik met mijn buren uitwissel. Niet echt het eerste Swahili dat je je eigen wilt maken. Maar wel de realiteit van wonen in Nairobi.

In mei kondigde de Nairobi Water Company al aan dat het water gerantsoeneerd zou worden, wegens het uitblijven van substantiële hoeveelheden regen dit jaar. De waterlevering zou tot en met oktober op gezette tijden onderbroken worden. Deze week kwam het bericht dat stromend water ook na oktober niet 24/7 gegarandeerd is. De inwoners van Nairobi moeten maar zoveel mogelijk water opslaan, is het devies.

Leuk advies, maar waar haal je dat water vandaan? Sinds een dikke maand woon ik in een ander appartement. Tijdens die periode stonden de kranen zeker een maand droog. En als er wel water was, dan was het eerder wat zielig gedruppel, nooit voldoende om de voorraadtanks weer aan te vullen.

Afgezien van de dagen dat de Nairobi Water Company de kraan voor heel Jamhuri en het aangrenzende Kibera dichtdraait, lijkt het probleem zeer lokaal te zijn. Net het blok waar ik woon staat helemaal droog. En als het de conciërge van ons gebouw lukt om met een pomp water af te tappen van de hoofdleiding in de straat, dan blijven de kranen net in mijn appartement toch hardnekkig weigeren. De wet van Murphy?

De eerste waterloze dag in mei bracht me tot het aanschaffen van een container van 70 liter. De droogte in mijn nieuwe huis heeft me inmiddels nog een tank van 70 liter opgeleverd, plus drie wat handzamere jerrycans van 20 liter. Totaal 200 liter. Maar als je nooit winnaar bent in de Nairobi Water Loterij, dan komt de bodem van al die containers razendsnel in zicht.

En dan komt het aan op water-creativiteit. En heel veel teiltjes. Eén met een constant laagje water voor handen wassen. Twee voor afspoelen en afwassen. Eén grotere teil waar alleen schoon water in mag, voor mijn dagelijkse ‘douche’. En de grootste teil voor het opvangen van ‘afvalwater’, om mijn haren boven te wassen en in te gaan staan als ik me was. Geen druppel gaat zo verloren. Want het toilet moet af en toe ook ‘doorgespoeld’ worden.

Het is bijna een sport om zo weinig mogelijk water te gebruiken. Op een gemiddelde dag kom ik niet verder dan 15 liter: 5 voor de douche, 5 voor de afwas en 5 voor diverse andere dingen als koken, tandenpoetsen en handenwassen. Ter vergelijking: een collega die in een van de slums woont, haalt dagelijks 40 liter. Letterlijk met zijn jerrycans, want zijn onderkomen is niet aangesloten op de waterleiding. En die 40 liter gebruikt hij helemaal in zijn eentje, tot op de laatste druppel. Elke groene activist zou trots op mijn 15 liter zijn.

Eerlijk is eerlijk, die 15 liter haal ik alleen op dagen zonder was en zonder schoonmaak – water is de enige manier om het stof van Afrika buiten de deur te houden. En voor de was van een week is zo’n 60 liter water nodig – met dank aan de kracht van het waspoeder, dat heel veel uitspoelen vergt.

Ondertussen heb ik visioenen van een lange hete douche. Maar meer nog van tot aan mijn enkels in het water staan om mijn vloer grondig te boenen. Terwijl ik toch helemaal niet zo’n poets-fan ben. Als op een avond een tropische stortbui losbreekt, heb ik even de neiging om mijn haren in te zepen en de shampoo door de regen te laten uitspoelen. Mijn buren komen meteen in actie: allemaal zetten ze grote bakken buiten om maar zoveel mogelijk water op te vangen.

Geen water uit de kraan of uit de hemel? Water kopen is de enige oplossing. Overal in de stad zie je watertanks rondrijden, met ‘clean soft water’. Die tanks komen maar wat graag de reservoirs van de gebouwen vullen. Het is lucratieve business. Mijn huisbaas schijnt ook overstag te zijn. Maar This Is Africa, je weet nooit wanneer het wonder van de tank die komt voorrijden om alle waterzorgen weg te spoelen écht gaat plaatsvinden.

Dus zit er niet anders op dan zelf water te halen. Of te laten halen, vrijwilligers genoeg, van buren tot toevallige passanten die zich allemaal spontaan aanbieden. Waarbij het de vraag is of het goed nabuurschap is, of dat ze een extra dik zakcentje aan deze mzungu willen verdienen. Want water halen, dat komt met een prijs. Twintig liter hier in Jamhuri thuisbezorgd kost 20 shilling, grofweg zo’n 20 eurocent. De gangbare prijs in Kibera, de bron die mijn wasvrouw gebruikt, is 8 tot 10 shilling. En in Kawangware, de slum van mijn collega, betaal je 5 shilling. Een paar maanden geleden was dat nog een luttele 3 shilling.

Maar betalen voor water is mijn eer te na. De huur is immers inclusief water – en die huur is hoog genoeg. En dat verklaart eerder mijn zuinigheid met de voorraad in mijn tanks, dan mijn milieu bewustzijn. Dus charter ik de conciërge en maak van mijn waterprobleem zijn probleem. Een half uur later heb ik weer een kleine 100 liter in huis, eendrachtig gehaald bij een appartementencomplex om de hoek dat de conciërge ook onder zijn beheer heeft.

Op kantoor is de watervoorziening het gesprek van de dag. Want allemaal hebben we onder de water cuts te lijden. Behalve die lucky one die in de buurt van State House woont. President Kibaki zit echt nooit zonder water, dus zijn buren ook niet. Haar mond valt open bij mijn verhaal over in een teiltje staan om mijn ‘douche’water op te vangen – daar had zij nog nooit aan gedacht. Maar als buurvrouw van Kibaki hoeft dat ook niet.
Mijn principe om vooral niet voor water te betalen valt in goede aarde. Echt Keniaans volgens mijn collega's. Weten zij veel dat Nederlanders ook bijzonder veel van gratis houden.