Tuesday, 29 April 2008

Battle of the sexes


De man-vrouw verhouding is een hot topic in Kenya. De moderne Kenyaanse vrouw heeft volgens de media letterlijk en figuurlijk de broek aan, niet altijd tot genoegen van de man. Relatiekwesties zijn een belangrijk onderwerp van discussie. De meest populaire radiostations in Nairobi, zoals Classic 105, hebben allemaal talkshows waarin ze hierover met luisteraars van gedachten wisselen. Een onderwerp dat tot een heftig debat leidde, was bijvoorbeeld de vraag “Kan de vrouw méér verdienen dan de man?” Veel Kenyaanse mannen blijken daar grote moeite mee te hebben, maar veel vrouwen net zo goed.

De zaterdag bijlage van de krant The Daily Nation is een andere vermakelijk bron van informatie over hoe het met de emancipatie in Kenya gesteld is. Het staat vol met ‘moderne’ relatie-adviezen voor beide sexen. Vindt de Kenyaanse man de moderne Kenyaanse vrouw te geëmancipeerd en te veeleisend? Dan zoekt hij zijn heil toch over de grens! Tanziaanse en Ugandese vrouwen zijn vaak veel traditioneler ingesteld en behandelen hun man als een prins. Is de Kenyaanse vrouw na jaren van daten eindelijk aan een vaste verbintenis toe? Het magazine geeft tips hoe de potentiële bruidegom tot een huwelijk te verleiden, inclusief het onsterfelijke advies om zwanger te raken.

Maar ook buiten de media is de stijd tussen de sexen volop gaande. Zoals bijvoorbeeld blijkt tijdens een workshop voor jongeren in Kibera, de grootste sloppenwijk van Nairobi en naar ze zeggen van heel Afrika. Een slum bruisend van de energie, met het gevoel dat je middenin het échte Afrika staat, aardser en rauwer dan veel andere plekken in de stad.

Het onderwerp van de workshop is peace building. Maar zet een stel mannen en vrouwen van pakweg twintig jaar oud bij elkaar en je kunt de testosteron bijna proeven. Met hun overleversinstinct gaan de macho’s volop de strijd met de ladies aan. Een strijd die ze zelf creëren, bedreigd als ze zich instinctief voelen door de intelligentie en mondigheid van de aanwezige dames. En waarbij ze zich niet schamen om op bijbelse gronden luid en duidelijk te verkondigen dat vrouwen inferieur zijn aan de man, “because she was made out of my rib.”

En waar spitst de discussie zich uiteindelijk op toe? Op de vraag “Wie doet de was!” Niet zo verwonderlijk, want die was, dat is zo ongeveer het zwaarste huishoudelijke werk dat er bestaat. Alles gaat met de hand in koud water, het waspoeder is daarom extra sterk, wat weer betekent dat je tig keer moet spoelen voor je ook maar iets op kunt hangen. Een fikse klus, die de meeste mannen maar wat graag aan de vrouw overlaten. En voor veel dames is dit hét twistpunt in het huishouden.

En dan blijkt maar weer dat iets vinden nog heel wat anders is dan iets doen. Want off the record geeft de dame die het felst de discussie aangaat schoorvoetend toe dat ja, ook zij alle was van manlief voor haar rekening neemt. "But actually I do not mind doing it."


Friday, 25 April 2008

Hoe doen ze dat toch?


Ruim zes weken in Kenya, een dikke maand soms vol verwondering en verbazing.
Zomaar wat vragen, in willekeurige volgorde.

1. Waarom zit een toiletbril altijd los, als er al een bril is?
2. Waarom hangt er niet alleen in overheidsgebouwen, maar zelfs in winkels, hotels en restaurants een portret van president Mwai Kibaki, maar altijd scheef?
3. Waarom zijn de lakens op het bed zo dun dat het matras er altijd doorheen schijnt?
4. Waarom schrobben en dweilen de locals hun vloeren centimeter voor centimeter op hun knieën, terwijl vloermoppen en schrobbers op stelen gewoon verkrijgbaar en helemaal niet duur zijn?
5. Waarom zijn de schoenen van de locals altijd tiptop glanzend, alsof ze net gepoetst zijn, terwijl die van mij al na vijf stappen het stof en de modder van Afrika lijken te hebben opgezogen?
6. Waarom hangen de Kenyanen hun was altijd kletsnat druipend op en raken hun kledingstukken toch niet uit vorm?
7. Waarom staan er op de belangrijke kruispunten in Nairobi verkeerslichten, als iedereen ze toch massaal negeert?
8. Waarom valt brood al na één dag in kruimels uit elkaar als je een boterham probeert te smeren?
9. Waarom wordt president Kibaki bij zijn achternaam genoemd en prime minister Raila bijna altijd bij zijn voornaam?
10. Waarom verdwijnt de koolzuur hier in no time uit de cola, zelfs als je de dop goed op de fles draait?
11. Waarom zeggen Kenyanen “Excuse me!” als ze moeten niezen?
12. Waarom kunnen de ladies hier op de meest hoge hakken en fragiele slippertjes zonder problemen over de ongeplaveide wegen en door de kuilen, stenen, de modder en het stof balanceren?
13. Waarom is ieder toilet met een hangslot afgesloten, zelfs het meest afzichtelijke gat in the middle of nowhere dat eerder op een mestvaalt lijkt?
14. Waarom smaken alle koekjes oudbakken, zelfs als je het pak vers opent?
15. Waarom zit bijna het hele land op zondagmorgen in de kerk?
16. Waarom zijn public diplays of affection not done, behalve in het park (of de kroeg)?
17. Waarom zitten er op de raarste tijden (zoals zondagmiddag gezinsmiddag) zoveel mannen alleen in een bar, voor zichzelf uitstarend achter een biertje?
18. Waarom is rundvlees hier verreweg het goedkoopste vlees?
19. Waarom zijn bijna alle straten in downtown Nairobi een no smoking zone, maar stik je bijna in de diesel dampen?
20. Waarom zijn er strenge regels voor het achterlaten van vuilnis in het park (op straffe van forse boetes) maar laat iedereen zijn troep gewoon slingeren?
21. Waarom is de bar in een kroeg of disco altijd verstopt achter een hekwerk van tralies?
22. Waarom worden alle ruimtes in huizen en kantoren fel verlicht door een kaal peertje, het liefst eentje van 100 Watt?
23. Waarom heeft al die tijd nog niemand “Hey mzungu!” tegen me geroepen?
24. Waarom is zelfs voetbal kijken hier leuk?
25. Waarom ruikt, smaakt, klinkt en voelt alles hier veel intenser?

Tuesday, 22 April 2008

“This is the Kenya we want”

Zaterdagavond, downtown Nairobi, kwart over zeven, het is bijna donker. We zitten in de bus (Citi Hoppa) richting Jamhuri te wachten op vertrek. En dat gaat niet volgens een dienstregeling, de rit start pas als alle plaatsen bezet zijn.

Terwijl de bus langzaam volstroomt, begint een van de passagiers ergens achterin de bus rare geluiden te maken en met haar hoofd te draaien. Iedereen kijkt om. Nog voor de dame begint te stuiptrekken, roepen verschillende mensen: “Ze heeft een epileptische aanval!” Onmiddellijk staan ze op om eerste hulp te verlenen. En ze weten precies wat ze moeten doen. De dame wordt plat op de achterbank neergelegd, een pen tussen haar kaken moet voorkomen dat ze in haar tong stikt.

Haar bril wordt bij mijn lief in bewaring gegeven. Ondertussen heeft een andere passagier haar mobiele telefoon gevonden, zoekt in het adresboek en belt met haar moeder. “Wat doen jullie normaal gesproken in deze situatie?” Dat lijkt de enige logische vraag, in een land waar je niet zomaar 112 kunt bellen in een medische noodsituatie. Ambulances zijn er wel, maar bedienen slechts patiënten die bij hen (betaald) geregistreerd zijn. En zo’n lidmaatschap is voor de gemiddelde Kenyaan niet weggelegd.

Langzaam komt de dame weer bij haar positieven. De bus is inmiddels vol, op de plaatsen op de achterbank na. En hoewel iedere zitplaats een belangrijke inkomstenbron is, besluiten chauffeur en conducteur toch te vertekken. Niet in de kamikaze-rijstijl die de bussen en matatu’s gewoonlijk hanteren. De conducteur maant de chauffeur juist pole pole (rustig) te rijden. En dat is opmerkelijk, want alle ritten worden meestal in grote haast afgelegd, zodat er op een dag maximaal kan worden verdiend, door zoveel mogelijk ritten af te raffelen - het Kenyaanse ‘openbaar’ vervoer is geheel in particuliere handen.

Het gangbare beeld over Afrika is dat afwijkend gedrag wordt gezien als krankzinnigheid van behekste personen, die zo ver mogelijk moeten worden wegggestopt. Zelfs als deze zogenaamde krankzinnigheid een medische oorzaak heeft, zoals bij epilepsie. Maar niet in deze Afrikaanse bus. Iedereen weet precies wat er aan de hand is en wat te doen. De gemeenschapszin is groot, passagiers en crew werken eendrachtig samen om deze dame veilig thuis te krijgen. Nairobi is gelukkig toch niet zo’n harde rotstad.

Monday, 14 April 2008

“Let us build a new Kenya”

Langverwacht, toch gekomen. Met een week vertraging kondigt president Mwai Kibaki zondag eindelijk het kabinet aan, The Grand Coalition Government. Een regering van nationale eenheid volgens de president. En voor die eenheid heb je blijkbaar veertig (!) ministeries nodig. Tja, wat wil je in een land met 42 stammen...

Dit leidt tot een ietwat komische indeling van de verschillende ministeries. Naast ‘Health and Sanitation’ (Volksgezondheid) ook ‘Medicine and Public Health’ (tja… Volksgezondheid?). Naast ‘Education’ (Onderwijs) ook ‘Science and Technology’ (Wetenschap en Techniek). Naast ‘Gender and Children Affairs’ (Gender- en Kinderzaken) ook ‘Youth and Sport’ (Jeugd en Sport).

Bijzonder is de introductie van een Ministerie voor de Ontwikkeling van Noord-Kenya ‘and other arid areas’. En om helemaal mee te gaan in de vaart der volkeren, krijgt hoofdstad Nairobi ook een eigen ministerie, de ‘Nairobi Metropolitan Area’.
Vooral dit laatste wordt met hoongelach begroet op het terras waar we de aankondiging live via de televisie volgen. Pikant detail: we bevinden ons in downtown Nairobi.

Ook de invulling van sommige ministeries wordt met gelach en pittig commentaar begroet. Al die namen zeggen mij (nog) niets, maar het is positief te merken dat mensen zich blijkbaar weer vrij genoeg voelen om in het openbaar kritiek te spuien. En vooral het forse aantal ministeries wordt door de gemiddelde Kenyaan absoluut niet met instemming begroet.

Denk overigens niet dat Kenya er met veertig ministers is. Nee, om de eenheid te bewaren zijn er maar liefst vijftig onderministers benoemd, zodat Kibaki’s PNU en Raila’s ODM op elk ministerie vertegenwoordigd zijn. In totaal dus een regering van bijna 100 personen, allemaal afkomstig uit het parlement. Vreemd genoeg blijven zij hun parlementszetel naast hun (onder-) ministerspost bezetten. Met een parlement van 210 leden heeft dus bijna de helft van de volksvertegenwoordigers een dubbele pet op. De scheiding der machten, met een parlement dat de regering controleert, kent hier een vrij creatieve invulling, want zelfs president Kibaki is parlementslid. Of zou dat de ultieme vorm van power sharing zijn?


Uhuru Park met daarachter de skyline van Nairobi: binnenkort the place to be voor de installatie van het voltallige Kenyaanse kabinet

Friday, 4 April 2008

Annan the hero


Kofi Annan is nog altijd de meest genoemde naam in de Kenyaanse kranten, na die van president Mwai Kibaki en prime minister designate Raila Odinga. Het blijft trouwens opmerkelijk dat Kibaki meestal met zijn achternaam en Raila juist met zijn voornaam wordt aangeduid. Maar dit terzijde. Annan is Annan, de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Ghanees die bijna in zijn eentje (zo lijkt het) de crisis in Kenya vlot wist te trekken.

In de euforie van het door hem bereikte akkoord, bleef Annan een grote rol spelen in Kenya, ook al was hij al lang en breed weer naar zijn woonplaats Genève vertrokken. De nieuwe Beste Vriend van alle Kenyanen, de media noemden hem graag en vaak. Soms zelfs met de vreemdste invalshoeken.

Zo verscheen in de zaterdagbijlage van de Daily Nation het stuk met de veelzeggende titel “Suave and sexy at 50”, met daarin talloze tips voor de Kenyaanse man van 50-plus om zijn rijpere status uit te buiten en een jonge lady aan de haak te slaan. Want: “Kenyans have a lot to thank Kofi Annan for. Not only did he deliver the much sought-after peace deal for Kenyans; he also managed to make men over 50 suddenly appear to be in vogue.”
Iedere dame wil een Annan hebben, iedere man wil een Annan zijn.

De heldenverering is groot en oprecht. Zelfs op straat kun je er niet omheen. Veel matatu’s* sieren hun achterruit met een portret van hun idool. Tegenwoordig zie je veelvuldig het beeld van de Ghanees langs komen razen. Tupac heeft plaats moeten maken voor Annan.

Geen wonder dat, toen Kibaki en Raila het vorige week maar niet eens konden worden over de coalitieregering, alle Kenyanen hun blik noordwaarts richtten, richting Genève. Annan liet zich eerst niet vermurwen, voor hem waren de Kenyaanse leiders nu aan zet. Maar toen berichten naar buiten lekten dat met name het kamp-Kibaki vasthield aan een nogal onevenwichtige verdeling van de ministersposten (in aantal en in zwaarte), kwam er toch een statement uit Zwitserland. In één enkele formulering vatte de architect van het vredesakkoord de essentie van dat akkoord samen: evenwichtige machtsverdeling.

Annan heeft gesproken en haalt wederom alle voorpagina’s. En waarempel, zijn magie werkt nog steeds. Kibaki en Raila laten nog geen dag later weten dat ze er uit zijn. Zondag 6 april maken ze alle ministersposten bekend, zaterdag 12 april volgt de beëdiging van de nieuwe coalitieregering.

Niet helemaal tot tevredenheid van de media en de wananchi (burgers) overigens. De frustratie over het gebrek aan daadkracht van de eigen leiders is groot. Zo suggereert een lezer van de Daily Nation: “Why not appoint Kofi Annan the expatriate president of Kenya if it is, indeed, the case that it is he who has all the answers to the country’s political problems?”

Of al die antwoorden op de politieke problemen nou wel of niet van hem komen, Kofi Annan zal nog lang een grote rol spelen in Kenya.
Ik vraag een collega naar de schijnbaar oneindige heldenverering van Annan.
Hij antwoordt met een wedervraag: “What do you call someone more than a hero?”
“A saint? Maybe God?” suggereer ik.
“That is what Annan is to the Kenyans.”

* Matatu’s = shared taxi’s, minibusjes van particulieren die het alternatieve openbare vervoer vormen en volgens vaste routes rijden, meestal in een kamikaze-rijstijl

Wednesday, 2 April 2008

Misplaatst


Eldoret Showground is een van de grootste ontheemdenkampen in Kenya. Ongeveer 12.600 IDP’s (Internally Displaced Persons) hebben hier tijdelijk onderdak gevonden.

Showground, het klinkt bijzonder misplaatst. De naam van het stadion was echter al wijd en zijd bekend vóór het terrein zijn huidige bestemming kreeg. De show die hier nu doorlopend gegeven wordt, is de dagelijkse realiteit van (in dit geval) Kikuyu families die in het post-electorale geweld huis en haard zijn ontvlucht. Nu huizen ze in kleine tentjes, beschikbaar gesteld door de vele hulporganisaties die hier actief zijn.

Als een echte show is het kamp strak geregisseerd. Tent na tent staat keurig in het gelid, rij na rij, veld na veld. Tussen de tentjes is amper 20 centimeter tussenruimte; de rijen zelf worden gescheiden door een pad van hooguit 1 meter breed. De modderwegen die door het kamp voeren, zijn breed genoeg voor de vrachtwagens en de 4WD’s van de hulporganisaties.

Op de hoek van ieder tentenblok staan tenten met sanitaire voorzieningen, keurig gescheiden in plekken voor mannen en voor vrouwen. Achter op het terrein zijn grote rechthoekige tenten opgezet, die dienst doen als school. De leraren zijn bijna allemaal vrijwilligers, vaak zelf bewoners van het kamp die in het bezit zijn van een lesbevoegdheid. Maaltijden worden op gezette tijden verstrekt.

Het hardnekkige verhaal gaat dat de IDP’s niet terug willen naar hun oorspronkelijke omgeving, de plekken waar ze verjaagd zijn. Volgens de geruchten vinden ze het wel makkelijk zo: ze betalen geen huur, voor voedsel en voor scholing van hun kinderen wordt gezorgd.

Maar wie de omstandigheden met eigen ogen ziet (en de werkelijkheid is nog schokkender dan het beeld dat je via televisie of foto’s krijgt), kan dat nauwelijks geloven. Deze mensen hebben zelfs voor Keniaanse begrippen amper leefruimte en nauwelijks privacy. Zeker in de stortregen die op dat moment valt biedt het kamp een troosteloze aanblik. Het terrein is één grote modderpoel. Aan de provisorisch gespannen waslijntjes hangt was die druipt van de gestaag neerkomende regen. Waar moet je hier in vredesnaam beschutting vinden – en daar nog tevreden mee zijn ook?

En daar loop ik dan, in mijn Madonna-jurkje op mijn hakjes in de druipende regen door de modder te ploeteren. Ook in dat opzicht ben ik nauwelijks voorbereid op de omstandigheden in het kamp. Het bezoek kwam onverwacht, er was geen tijd om iets anders dan mijn officiële outfit aan te trekken.
Tja... wie is hier nu misplaatst?