
Een van de klassiekers van Koot & Bie (tenminste, in mijn ogen) is de rijles-scène. Van Kooten instrueert De Bie voor zijn rij-examen. Asociaal rijgedrag, bumperkleven, anderen bijna van de weg drukken, rechts inhalen, ver boven de maximumsnelheid rijden, niet op voetgangers of fietsers letten, geen voorrang verlenen, opzettelijk spookrijden, afsnijden, middelvinger opsteken en dan langzaam 'klootzak' in de achteruitkijkspiegel mimen... Ik heb de sketch slechts één keer gezien, maar het heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt.
Waren Koot & Bie destijds al profetisch voor het toekomstige rijgedrag van sommige Nederlanders, ze schetsten ook een zeer realistisch beeld van het verkeer hier in Kenia en vooral hier in Nairobi. Want behalve de middelvinger en de klootzak, is dat soort rijgedrag hier doodnormaal.
Anarchistisch en suïcidaal, een andere beschrijving is er niet voor. Het recht van de sterkste geldt hier op én langs de weg. En die sterkste is... de matatu.* Die weet zelfs ondanks de files en andere opstoppingen met een noodgang door het verkeer te jakkeren. En maakt daarbij gebruik van alle Koot & Bie trucjes.
Passagiers opgepikt langs de kant van de weg? De matatu gáát gewoon de weg op, of er al een andere verkeersdeelnemer rijdt of niet. Als matatu druk je die gewoon van de weg. Is de voorganger te langzaam (lees: houdt die zich aan de maximumsnelheid)? De matatu kan het niet nalaten hardnekkig te bumperkleven en onderneemt dan een inhaalmanoeuvre, gaatje of niet. Om vervolgens vaak de ingehaalde auto af te snijden, als er ineens potentiële passagiers langs de weg staan. File? De matatu heeft twee mogelijkheden: spookrijden (voor zichzelf een extra baan creëren op een éénbaansweg, tegenliggers of niet) of, nog beter, gewoon even van de weg áf, om over het ernaast liggende voetpad verder te scheuren. En als daar toevallig net voetgangers lopen? Jammer dan.
Jammer ook voor de matatu’s zelf. En hun passagiers. Want bij de meeste verkeersongelukken zijn matatu’s betrokken. Niet zelden met dodelijke afloop. Slachtoffers van tragische verkeersongevallen staan dagelijks in groten getalen in de krant.
Matatu-menace of matatu-madness heet het hier. Maar ook andere verkeersdeelnemers kunnen er wat van. Nairobi is eigenlijk altijd één grote file. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat alle belangrijke doorgaande wegen vaak éénbaans zijn (zoals Ngong Road) en de aanvoerwegen hooguit tweebaans. Het is letterlijk dringen om de beschikbare ruimte. Dus proppen bestuurders hun vehikel in de kleinst beschikbare gaatjes, met heel weinig tussenruimte. Niets afwachten tot iemand je er tussenlaat, je plaats op de weg néém je.

En dan sta je dus hopeloos stil. Geen nood, overal lopen boys kranten te verkopen. En de belangrijkste knooppunten richting downtown worden allemaal bediend door straatverkopers. Elk met hun eigen wijk: op de ene straathoek is het aanbod fruit, elders speelgoed, of handige huishoudhulpjes (inclusief de onmisbare Superglue), of pinda’s, of Keniaanse vlaggetjes, of auto-accessoires.
Goed. Van deze chaos maak ik vrijwillig deel uit. Na drie keer slikken, dat wel. En hardop nadenken, want alles is in spiegelbeeld – erfenis van de Britten: met links schakelen, rechts sturen, links de handrem, zelfs de ruitenwisser en richtingaanwijzer zitten omgekeerd aan het stuur. Maar alles went. Zelfs het anarchistische en suïcidale Keniaanse verkeer. How to bluff your way into Nairobi traffic...
Wat een beetje helpt: de filedruk verschilt van dag tot dag. Halverwege de maand, als bij veel Kenianen het geld bijna op is, is er opvallend minder verkeer op de weg. Ook de schoolvakanties verminderen de drukte op de weg – geen opstoppingen meer van dikke bolides bij de posh scholen hier in de buurt, waar de beter gesitueerden hun kroost droppen. En de alarmerend hoge benzineprijs heeft helemaal zijn zegeningen voor het verkeer; bijna iedereen moet de auto vaker laten staan. Soms is het verkeer dus iets minder chaotisch.
Als je er lang genoeg deel van uitmaakt, ondek je zelfs een soort van systeem. Er zijn best verkeersregels. En voor zover die niet voldoen, heb je een aantal extra hulpmiddelen. Oogcontact – om de reactie van je medeweggebruiker te peilen als je op zoek bent naar een gaatje. Je buitenste knipperlicht – om een tegenligger te waarschuwen dat hij echt op zijn eigen weghelft moet blijven. Je grote licht – om aan te geven dat je ruimte open laat voor de ander. En natuurlijk je claxon – ‘hier kom ik! maak plaats’, om niet al te subtiel te laten weten dat jij degene bent die voorrang heeft. En zelfs je hand uitsteken – om je knipperlicht kracht bij te zetten en een gaatje af te dwingen in een bumper aan bumper situatie. Of om de ander er tussen te wuiven. Ongeschreven regels, die zo universeel zijn, dat je als mede-weggebruiker pas serieus wordt genomen als je ze ook echt toepast.
Allemaal regels die niet in het boekje staan. Wat wel in het boekje is opgenomen: alle verkeersborden, dezelfde als die in Nederland. Alleen zie je ze hier amper langs de weg staan. Toch dien je ze allemaal te kennen, voor het Keniaanse rij-examen. Waar ook ik aan moet gaan geloven, want het is tegenwoordig voor buitenlanders de enige manier om een Keniaans rijbewijs te bemachtigen. Een paar rondjes rijden, meer schijnt het niet te zijn. Als je tenminste de verkeersborden weet te benoemen. En als je goed met de speelgoed-autootjes kunt omgaan.
Niet alle ingewikkelde verkeerssituaties kunnen in het praktijkexamen aan bod komen. Maar de Keniaanse verkeerspolitie is inventief: die creëert die situaties gewoon binnen, in mini-formaat. Aan de kandidaat de taak om een speelgoed-autootje volgens de regels van punt A naar punt B te brengen, en dan naar punt C en dan misschien ook nog naar punt D. Denk niet dat het hier om een simpel kruispuntje ofzo gaat. Nee, de meest gecompliceerde rotondes komen aan bod.
Rotondes! De nachtmerrie herhaalt zich... van het Nederlandse rij-examen naar het Keniaanse. En natuurlijk zijn de rotonde-regels hier totaal anders dan die in Nederland. Niet eens in spiegelbeeld. Al bijna vijftien jaar achter het stuur en nu duik ik opnieuw de boeken in, voor een rij-examen.
* Matatu’s: mini-busjes die bij wijze van openbaar vervoer vaste routes rijden


