Hakuna maji? Hakuna maji! Geen water... de dagelijkse begroeting die ik met mijn buren uitwissel. Niet echt het eerste Swahili dat je je eigen wilt maken. Maar wel de realiteit van wonen in Nairobi.
In mei kondigde de Nairobi Water Company al aan dat het water gerantsoeneerd zou worden, wegens het uitblijven van substantiële hoeveelheden regen dit jaar. De waterlevering zou tot en met oktober op gezette tijden onderbroken worden. Deze week kwam het bericht dat stromend water ook na oktober niet 24/7 gegarandeerd is. De inwoners van Nairobi moeten maar zoveel mogelijk water opslaan, is het devies.
Leuk advies, maar waar haal je dat water vandaan? Sinds een dikke maand woon ik in een ander appartement. Tijdens die periode stonden de kranen zeker een maand droog. En als er wel water was, dan was het eerder wat zielig gedruppel, nooit voldoende om de voorraadtanks weer aan te vullen.
Afgezien van de dagen dat de Nairobi Water Company de kraan voor heel Jamhuri en het aangrenzende Kibera dichtdraait, lijkt het probleem zeer lokaal te zijn. Net het blok waar ik woon staat helemaal droog. En als het de conciërge van ons gebouw lukt om met een pomp water af te tappen van de hoofdleiding in de straat, dan blijven de kranen net in mijn appartement toch hardnekkig weigeren. De wet van Murphy?
De eerste waterloze dag in mei bracht me tot het aanschaffen van een container van 70 liter. De droogte in mijn nieuwe huis heeft me inmiddels nog een tank van 70 liter opgeleverd, plus drie wat handzamere jerrycans van 20 liter. Totaal 200 liter. Maar als je nooit winnaar bent in de Nairobi Water Loterij, dan komt de bodem van al die containers razendsnel in zicht.
En dan komt het aan op water-creativiteit. En heel veel teiltjes. Eén met een constant laagje water voor handen wassen. Twee voor afspoelen en afwassen. Eén grotere teil waar alleen schoon water in mag, voor mijn dagelijkse ‘douche’. En de grootste teil voor het opvangen van ‘afvalwater’, om mijn haren boven te wassen en in te gaan staan als ik me was. Geen druppel gaat zo verloren. Want het toilet moet af en toe ook ‘doorgespoeld’ worden.
Het is bijna een sport om zo weinig mogelijk water te gebruiken. Op een gemiddelde dag kom ik niet verder dan 15 liter: 5 voor de douche, 5 voor de afwas en 5 voor diverse andere dingen als koken, tandenpoetsen en handenwassen. Ter vergelijking: een collega die in een van de slums woont, haalt dagelijks 40 liter. Letterlijk met zijn jerrycans, want zijn onderkomen is niet aangesloten op de waterleiding. En die 40 liter gebruikt hij helemaal in zijn eentje, tot op de laatste druppel. Elke groene activist zou trots op mijn 15 liter zijn.
Eerlijk is eerlijk, die 15 liter haal ik alleen op dagen zonder was en zonder schoonmaak – water is de enige manier om het stof van Afrika buiten de deur te houden. En voor de was van een week is zo’n 60 liter water nodig – met dank aan de kracht van het waspoeder, dat heel veel uitspoelen vergt.
Ondertussen heb ik visioenen van een lange hete douche. Maar meer nog van tot aan mijn enkels in het water staan om mijn vloer grondig te boenen. Terwijl ik toch helemaal niet zo’n poets-fan ben. Als op een avond een tropische stortbui losbreekt, heb ik even de neiging om mijn haren in te zepen en de shampoo door de regen te laten uitspoelen. Mijn buren komen meteen in actie: allemaal zetten ze grote bakken buiten om maar zoveel mogelijk water op te vangen.
Geen water uit de kraan of uit de hemel? Water kopen is de enige oplossing. Overal in de stad zie je watertanks rondrijden, met ‘clean soft water’. Die tanks komen maar wat graag de reservoirs van de gebouwen vullen. Het is lucratieve business. Mijn huisbaas schijnt ook overstag te zijn. Maar This Is Africa, je weet nooit wanneer het wonder van de tank die komt voorrijden om alle waterzorgen weg te spoelen écht gaat plaatsvinden.
Dus zit er niet anders op dan zelf water te halen. Of te laten halen, vrijwilligers genoeg, van buren tot toevallige passanten die zich allemaal spontaan aanbieden. Waarbij het de vraag is of het goed nabuurschap is, of dat ze een extra dik zakcentje aan deze mzungu willen verdienen. Want water halen, dat komt met een prijs. Twintig liter hier in Jamhuri thuisbezorgd kost 20 shilling, grofweg zo’n 20 eurocent. De gangbare prijs in Kibera, de bron die mijn wasvrouw gebruikt, is 8 tot 10 shilling. En in Kawangware, de slum van mijn collega, betaal je 5 shilling. Een paar maanden geleden was dat nog een luttele 3 shilling.
Maar betalen voor water is mijn eer te na. De huur is immers inclusief water – en die huur is hoog genoeg. En dat verklaart eerder mijn zuinigheid met de voorraad in mijn tanks, dan mijn milieu bewustzijn. Dus charter ik de conciërge en maak van mijn waterprobleem zijn probleem. Een half uur later heb ik weer een kleine 100 liter in huis, eendrachtig gehaald bij een appartementencomplex om de hoek dat de conciërge ook onder zijn beheer heeft.
Op kantoor is de watervoorziening het gesprek van de dag. Want allemaal hebben we onder de water cuts te lijden. Behalve die lucky one die in de buurt van State House woont. President Kibaki zit echt nooit zonder water, dus zijn buren ook niet. Haar mond valt open bij mijn verhaal over in een teiltje staan om mijn ‘douche’water op te vangen – daar had zij nog nooit aan gedacht. Maar als buurvrouw van Kibaki hoeft dat ook niet.
Mijn principe om vooral niet voor water te betalen valt in goede aarde. Echt Keniaans volgens mijn collega's. Weten zij veel dat Nederlanders ook bijzonder veel van gratis houden.

No comments:
Post a Comment